<<< | 0505111.php | >>>

Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen

Antwoord op de laster van de Franse Trotskist Pierre Rousset

Door Fidel V. Agcaoili
Chairperson Human Rights Committee

1 april 2005

Wanneer de revolutionaire beweging in de Filippijnen, die geleid wordt door de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP), zo onmenselijk zou zijn als de Franse trotskist Pierre Rousset wenst af te schilderen in zijn laatste hekelstuk tegen de beweging en de CPP, “The CPP-NPA-NDF Hit List – A Preliminary Report”, waarom geniet deze beweging dan nog steeds brede steun van het volk en wordt zij door de Filippijnse marionettenregering beschouwd als de grootste dreiging voor haar reactionair bewind? De opinie van de Filippino’s is een betrouwbaarder maatstaf voor een oordeel over de beweging dan het gevoel van een salonactivist, die zich sedert lang als medewerker genesteld heeft in een comfortabele kamer in het Europese parlement.

Pierre Rousset heeft zich als levensdoel gesteld de revolutionaire beweging van de Filippijnen aan te vallen en van haar eer te beroven. Zo schreef hij onder andere drie artikels over de zogenaamde ‘assasination policy’ van de CPP waarin hij, zonder het minste spoor van bewijs, algemene gevolgtrekkingen maakt. Zijn laatste stuk, het vierde over dit onderwerp, hetwelk hij toch nog ziet als ‘voorlopig’ is louter een herhaling van de oude beweringen. Zijn leugens hebben geen effect in de Filippijnen en daarom zou men er ook geen aandacht aan hoeven te schenken, maar we nemen toch de tijd om hem te antwoorden, omdat zijn leugens mensen in het buitenland, die de feiten niet dagelijks ervaren, op het verkeerde been kunnen zetten.

Terwijl Pierre Rousset tegen de niet-bestaande ‘assasination policy’ van de CPP tekeer gaat, vermoordt de Filippijnse staat in het wilde weg leiders en activisten van legale massaorganisaties en politieke partijen, die door het Filippijnse leger zijn aangemerkt als ‘frontorganisaties van de CPP’. Alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar zijn 34 bestuurders en leden van progressieve organisaties, waaronder een priester, door doodseskaders omgebracht en vijf anderen ontvoerd, waarvan tot op de dag van vandaag nog geen spoor is terug gevonden. Zelfs een zeer gerespecteerd jurist als Romeo T. Capulong, die fungeert als hoofd juridisch adviseur van het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) bij de vredesonderhandelingen tussen de Regering van de Republiek der Filippijnen (GRP) en het NDFP en als rechter gelieerd aan de VN, is ook doelwit geweest van een moordaanslag.

Men mag zich afvragen waarom geen enkele van de groepen die door Pierre Rousset zijn gezalfd als ‘partijen van onafhankelijk revolutionair Links’ worden aangepakt door het Filippijnse leger. Evenzogoed mag men zich erover verbazen, dat niet een van die groepen ook maar een vinger verroerd heeft tegen de laatste golf van door de staat georganiseerde moorden.

Maar de zaken beginnen duidelijk te worden wanneer een gewapende bende, die Pierre Rousset beschouwt als een ‘partij van onafhankelijk revolutionair Links’, RPM-P/RPA-ABB, trots laat weten in noordelijk Luzon een koelbloedige moord te hebben uitgevoerd op Romeo Sanchez, een bestuurder van BAYAN MUNA. Diezelfde ‘onafhankelijk revolutionair Linkse partij’ heeft recentelijk openlijk toegegeven samen met het Filippijnse leger te hebben samengewerkt in een aanval op een kamp van het Nieuwe Volksleger (NPA) op Negros, in het zuiden van de Filippijnen. Over ‘onafhankelijk’ gesproken!

Het algemene beeld

Deze Pierre Rousset is een glibberig mannetje. Hij heeft het over de zogenaamde ‘assasination policy’ van de CPP onder de kop ‘Het algemene beeld’. Als men niet oppast zou men kunnen denken, dat de CPP niets anders doet dan haar ideologische tegenstanders vermoorden en bedreigen. Om een werkelijk algemeen beeld te krijgen van de CPP en de Filippijnse revolutie, nodigen wij de lezer uit eens te kijken op de webstek: http://www.philippinerevolution.org/

Veel van de ‘onafhankelijk revolutionair Linkse partijen’, zoals Pierre Rousset ze noemt, zijn weggeslopen uit de CPP toen die besloot tot rectificatie van fout beleid in de jaren 1980, waardoor de revolutionaire beweging aan kracht had verloren. Het foute was gelegen in het doordrukken van een snelle militaire overwinning met kunstmatige middelen zoals de combinatie van massaprotest in de steden met het in brand steken van autobussen en het opblazen van overheidsinstellingen, om zo een ‘revolutionaire crisis’ te creëren en op basis van een voortijdige regularisatie van het volksleger en een niet vol te houden opvoering van de guerrillaoorlog op het platteland. De Partij besloot toen ook de zogenaamde anti-DPA campagnes als Kampanyang AHOS, waaraan veel partijleden en militanten ten offer vielen, te veroordelen en te rectificeren.

De belangrijkste voorstanders achter de beleidsfouten, Arturo Tabara, Romulo Kintanar, Filemon Lagman, Ricardo Reyes en Benjamin de Vera, weigerden zich neer te leggen bij het besluit van de Partij om deze fouten te bekritiseren en te veroordelen en scheidden zich samen met hun fracties, af van de CPP waarbij ze zich ook nog vergrepen aan eigendommen van de CPP. Toen zij de Partij verlieten, probeerden deze fracties een gezamenlijk front te vormen, maar zij slaagden daarin niet. Blijkbaar was oppositie tegen de CPP hun enig gemeengoed.

Natuurlijk wil Pierre Rousset niet praten over de werkelijke aard van deze separatistische fracties. Waar het hem om gaat is “het recht van bestaan van een pluralistisch en revolutionair Links in de Filippijnen”. Dat is de echte agenda van de trotskist Pierre Rousset. Wat doet per slot van rekening iedere door de wol geverfde trotskist liever dan klappen voor en oproepen tot scheuringen binnen de revolutionaire beweging? De oude Trotsky propageerde ‘fractievrijheid’ om scheuren in de Communistische Partij van Rusland te veroorzaken. De nieuwe trotskist verkondigt het ‘pluralisme’ om Links te splijten. Wat Pierre Rousset echt wil, is een versplinterd en collaborerend ‘Links’.

De algemene lijn van de CPP ten overstaan van deze separatisten is ideologische en politieke strijd ter minimalisering van de schade die zij aanrichten door het zaaien van tweedracht en verwarring onder het volk, dat een strijd voert op leven en dood tegen het bewind van het reactionaire systeem in de Filippijnen. Het wordt natuurlijk heel anders, wanneer enkele van deze groepen of personen behorende tot die groepen zich crimineel gaan gedragen door zich als spion of doodseskaders ten dienste te stellen van de geheime diensten van het Filippijnse leger.

Laten we ons nu eens bezighouden met de favoriete gevallen van Rousset:

1. Arturo Tabara en zijn groep, de RPM-P/RPA-ABB

De RPM-P/RPA-ABB is een combinatie van een separistische groep op het eiland Negros die zich het Revolutionair Proletarisch Leger (RPA) noemde en een splinter van de Alex Boncayao Brigade (ABB) die ooit actief was in Metro-Manila onder leiding van Filemon Lagman en Nilo de la Cruz.

De ABB heeft onder Lagman en de la Cruz (met instemming van Romulo Kintanar, die toen deel uit maakte van de top van de NPA) willekeurig moordaanslagen uitgevoerd op politieagenten, waarbij meer dan 200 agenten zijn omgekomen, waaronder ook verkeersagenten. Het reactionaire leger en de politie maakten gretig gebruik van deze fout een gewelddadige tegenaanval op militanten en bestuurders van volksorganisaties van de stadsarmen en op Bagong Alyansang Makabayan (BAYAN) in Metro-Manila. Lagman en de la Cruz volgden de lijn van opstand in de steden door een combinatie van massaprotest, het in brand steken van autobussen en aanslagen op openbare instellingen.

Na hun vertrek uit de CPP gingen Lagman en de la Cruz hun eigen weg en maakten ruzie over de verdeling van zo’n 80 miljoen peso’s steekpenningen van een projectontwikkelaar voor hun aandeel in de ontruiming van arme gezinnen van een stuk grond waar de projectontwikkelaar een winkelcentrum wilde vestigen. In deze ruzie werd Lagman vermoord. Ondanks alle bewijzen van het tegendeel blijft Pierre Rousset herhalen dat de CPP verantwoordelijk is voor de moord op Lagman. Wij raden hem aan eens te vragen aan de broer van Filemon Lagman wie hij denkt dat de echte moordenaar is.

De RPA van Arturo Tabara daarentegen levert doodseskaders aan de staat en op Negros gewapende knokploegen aan de grootgrondbezitters, de grootste waarvan, Eduardo Cojuangco, een oude kompaan is van Marcos. Deze groep kraamde kort geleden overal rond dat zij negen strijders van het NPA had gedood (in werkelijkheid sneuvelden er twee NPA-strijders) in een aanval op een NPA-kamp in samenwerking met het 61e Infanterie Bataljon van het Filippijnse Leger. Deze aanval maakt deel uit van een serie militaire operaties van het Filippijnse Leger om de weg vrij te maken voor de hervatting van het werk van buitenlandse mijnbouwondernemingen in dat gebied. De boerenmassa’s keren zich tegen deze mijnbouwondernemingen vanwege de schade die zij toebrengen aan hun landbouw en visgronden. De gouverneur van Negros Oriental, Jorge Arnaiz, maakt graag gebruik van het RPA-ABB als ‘boswachters’, maar in feite doodseskaders, ter bescherming van niet het bos, maar van de mijnbouwondernemingen. Een mensenrechtenorganisatie op Negros noemt het RPA-ABB een “speciale gewapende bende” van gouverneur Arnaiz (een lokale krijgsheer op zich) en de paramilitaire arm van het Filippijnse Leger bij zijn ‘pacificatie’ operaties.

Het RPA-ABB heeft ook de verantwoordelijkheid opgeëist voor de moord op Romeo Sanchez op 9 maart 2005 in Baguio City. Sanchez was de regionale coördinator van de politieke partij Bayan Muna, door het Leger bestempeld als ‘een frontorganisatie van de CPP’. Hij was journalist en de Directeur-generaal van de UNESCO heeft deze moord en andere onopgeloste moorden op journalisten in de Filippijnen veroordeeld.

Voor wat betreft Arturo Tabara, de man die het voor het zeggen heeft in de RPM-P/RPA-ABB, die was agent geworden van de Inlichtingendienst van de Strijdkrachten van de Filippijnen (ISAFP). Als bijzonder ‘psy-war’ (psychologische oorlogsvoering) agent behoorde hij tot de vijandelijke strijdkrachten en volgens internationaal recht was hij een gewapende combattant en een legitiem militair doelwit. Hetgeen ook geldt voor iedere gewapende metgezel van hem in een gevechtssituatie.

2. Conrado Balweg en de ‘Cordillera People’s Liberation Army’ (CPLA)

Balweg verliet na de omverwerping van Marcos in 1986 het NPA en formeerde het CPLA. Hij kwam onder invloed van Agapito Aquino, zwager van Corazon Aquino. Later gaf hij zich over aan de Regering van de Republiek der Filippijnen (GRP) en zijn CPLA ging deel uitmaken van de paramilitaire organisatie van de GRP, de ‘Citizens’ Armed Forces Geographical Unit’ (CAFGU). Als onderdeel van CAFGU, voerde het CPLA militaire operaties uit tegen het NPA en vergreep zich aan het volk en vermoordde zelfs een aantal stamhoofden. Balweg en zijn CPLA werden daardoor natuurlijk legitieme militaire doelwitten. Volgens de berichten is het CPLA nu uiteengevallen in vier kleinere groepen.

3. Leopoldo Mabilangan

Leopoldo Mabilangan is, in tegenstelling tot wat Pierre Rousset beweert, nooit hoofd geweest van het Banahaw Commando van het NPA. Hij is woordvoerder geweest bij onderhandelingen over de vrijlating van vijf legerofficieren die krijgsgevangen waren gemaakt door het NPA. Hij deserteerde uit het NPA en liep later over naar de GRP toen hij werd ondervraagd over zijn banden met de ‘Red Scorpion Group’, een bende die ontvoeringen tegen losgeld uitvoerde. Een plaatselijke politicus annex krijgsheer nam hem onder zijn hoede. Hij werkte als gewapend agent van de overheid en was actief in ‘psy-war’ campagnes, gericht op de overgave van strijders van het NPA en in de oprichting van door de overheid gefinancierde nep coöperatieven om daardoor de boerenmassa’s weg te trekken uit de revolutionaire strijd. Eduardo Borromeo, een vriend van Leopoldo Mabilangan, hield zich bezig met dezelfde soort activiteiten en was daardoor ook een gewapende vijand van het NPA.

4. De AKBAYAN/ Peace Foundation/Task Force groep op het schiereiland Bondoc.

Tijdens de verkiezingscampagne in 2004 trad AKBAYAN toe tot het koor onder leiding van de rechtse bureaucraat en Adviseur voor Nationale Veiligheid, Norberto Gonzales, dat progressieve partijen als Bayan Muna, Anakpawis, Anak ng Bayan, Gabriela, Migrante en Suara uitschold voor communistische mantelorganisaties.

Bevreesd door de goede resultaten van deze partijen in de peilingen voorafgaand aan de verkiezingen, stelde het regime van Macapagal-Arroyo alles in het werk om deze partijen te discrediteren en van hun aanhang te vervreemden. Norberto Gonzales persoonlijk wendde zich tot het kantoor van de Verkiezingscommissie om de registratie van deze partijen te verhinderen onder voorwendsel dat zij ‘frontorganisaties van de CPP’ zouden zijn. In de loop van de verkiezingscampagne hadden militanten en bestuurders van deze partijen zwaar te lijden van pesterijen en fysieke aanvallen door het Leger van de Filippijnen en van door de regering gesteunde paramilitaire groepen. Veertien mensen werden vermoord (10 van Bayan Muna, 3 van Anakpawis en 1 van Gabriela), drie bestuursleden van Bayan Muna zijn verdwenen, een van haar kantoren werd overvallen en in een ander werd brand gesticht. Soldaten van de GRP intimideerden mensen, vooral op het platteland, niet op deze progressieve partijen te stemmen en voerden openlijk campagne voor AKBAYAN en ander regeringspartijen. Het Leger maakte bekend dat het 117 mensen had omgebracht op het platteland, waarvan er 55 politieke actievoerders zouden zijn geweest en 62 strijders van het Nieuwe Volksleger (NPA).

De Peace Foundation/Task Force van het schiereiland Bondoc is opgericht door Manuel Quiambo die ooit lid was van het Boerensecretariaat van de CPP. Toen hij nog lid was van de CPP ijverde hij voor ‘linkse’ tactieken als landbezettingen en boerenopstanden die voortijdig waren en niet levensvatbaar. Na zijn vertrek uit de CPP sloeg hij om als een blad aan een boom en ging bedelen bij de door grootgrondbezitters gedomineerde regering om het land te verdelen volgens de Algemene Landhervormingswet (CARL) die in 1987 was aangenomen tijdens de regeringsperiode van grootgrondbezitter Corazon Aquino. Haar familie is eigenaar van de Hacienda Luisita die ontkwam aan onteigening door de ‘stock option’ zwendel en via andere opzettelijk door congresleden aangebrachte gaten in de wetgeving (CARL).

De Peace Foundation/Task Force van het schiereiland Bondoc probeert de boeren op het Bondoc schiereiland in Zuid Quezon te organiseren rond de belofte van ‘landoverdracht’ via de CARL wet. Natuurlijk is dit niet anders dan een poging de boerenmassa’s om de tuin te leiden, want de ‘certificaten van landoverdracht’ en de ‘certificaten van afbetaling van landeigendom’ die eerder werden afgegeven, worden nu simpelweg geannuleerd via de landelijke reclassering van land.

Dioscore Tejeno, volgens Rousset een boerenleider, is lid van een paramilitaire eenheid verbonden aan het 74e Infanterie Bataljon van het Filippijnse Leger gestationeerd in Barrio Ajos, Catanauan, Quezon op het Bondoc schiereiland. Een functionaris van de barrio heeft getuigd, dat hij Dioscoro Tejeno in juni 2004 heeft gezien in de Barrio San Vincente, San Narcisso, Quezon, in gevechtsuniform en met een M-16 geweer in een groep van 20 soldaten van het 74e IB/PA.

Dioscoro Tejeno’s eigen nicht, Prescy Tejeno Melendrez heeft getuigd Dioscoro te hebben gezien samen met andere leden van de ‘boerenvereniging’ van het Peace/Bondoc Ontwikkelingsprogramma, Roger Tejeno, Jesus Tayactac, Eugene Vivar en Herman Valiente terwijl zij pistolen en geweren droegen, die in rijstzakken waren gewikkeld.

Deze vier hangt nu een strafproces boven het hoofd voor het ‘GRP Municipal Circuit Trial Court’ van San Narciso-Buenavista wegens de moord op Paulo Tejeno, Dioscorno’s eigen broer, die hij valselijk beschuldigd had van lid te zijn van het NPA. Het slachtoffer was in 2001 uit de ‘boerenvereniging’ van het Peace/Bondoc Ontwikkelingsprogramma gezet, omdat hij kritiek had op antisociale activiteiten, zoals het slachten van het werkpaard van een inwoner van de barrio en vanwege hun betrokkenheid bij veediefstallen. Volgens zeggen, verschuilen deze vier van moord verdachten en Dioscoro zich nu in het kantoor van de Peace Foundation in Metro-Manila.

Rousset noemt verder de gevallen van Lito Bayudang en Florente Ocmen, die volgens hem door het NPA vermoorde bestuursleden van Akbayan zijn. Volgens berichten die wij hebben ontvangen, was Lito Bayudan, niet “Bayudang”, ooit lid van het NPA en later een van de kringleiders van de groep ‘Red Vigilante’, een paramilitaire groep van het Filippijnse Leger, die ook betrekkingen onderhoudt met de RPA-ABB. Florente Ocmen is door een volksrechtbank beschuldigd en veroordeeld voor twee gevallen van verkrachting. Dit is het type mensen dat Akbayan betitelt als zijn bestuursleden: de een lid van een doodseskader en de ander een verkrachter!

5. Romulo Kintanar

Romulo Kintanar fungeerde sinds 1992 als geheim agent voor het leger en de politie van de Manillaregering. Als zodanig was hij een combattant in de lopende burgeroorlog tussen de GRP en de revolutionaire beweging van het Filippijnse volk, dat vertegenwoordigd wordt door het NDFP in de vredesonderhandelingen tussen de GRP en het NDFP.

Niemand minder dan de President van de GRP, Gloria Macapagal-Arroyo, heeft bevestigd dat Kintanar een geheim agent was van de Manillaregering. De Philippine Star schrijft op 27 januari 2003 op de voorpagina onder de kop, NPA erkent de eliminatie van Kintanar: “President Arroyo bevestigt dat Kintanar actief was als inlichtingenagent toen hij werd vermoord”.

Daarvoor, op 23 januari 2003, zei een functionaris van het Malacanang Paleis van Arroyo dat Kintanar “adviseur was van de Nationale Politie van de Filippijnen (PNP) en van de Strijdkrachten van de Filippijnen (AFP), maar dat hij zijn salaris ontving van het Bureau voor Immigratie en Deportatie (BID)” (Philippine Daily Inquirer, Breaking News, 24 Januari 2003, Communist Party Chief Blamed for Slay of Former NPA Head); en hij was ten tijde van zijn dood ook veiligheidsadviseur bij de National Electrification Administration (NEA).

De inspanningen om Kintanar te recruteren voor militaire spionage werden met succes bekroond in de periode van maart–augustus 1992 toen Kolonel Robert Delfin van de inlichtingendienst van de Nationale Politie de arrestatie simuleerde van Ricardo Reyes, een renegaat, die al tien jaar geleden uit de CPP werd verwijderd, en die hij bij Kintanar in de cel zette, om hem tegen de revolutionaire beweging op te zetten. Na zijn vrijlating in september 1992 in een amnestieprogramma van de Manillaregering, liet Kintanar weten, dat hij afstand had genomen van de CPP. Hij begon te werken voor de inlichtingendiensten van de GRP en raakte verzeild in de criminele wereld van corrupte leger- en politie-officieren die zich bezig houden met de bescherming van allerlei legale en illegale handelaars, gewapende overvallen, ontvoeringen en huurmoorden en hij zette zelfs zijn eigen beveiligingsdienst op als dekmantel voor zijn immorele activiteiten (Philippine Daily Inquirer, 24 January 2003, Ibid).

Kintanar is, samen met zijn oom, generaal Galileo Kintanar, voormalig hoofd van de inlichtingendienst van het Leger (ISAFP) tijdens het Marcos regiem, in verband gebracht met de moord op de filmster Nida Blanca en het was bekend dat hij voor geld transacties met het Leger en de Politie wist te bespoedigen. Twee dagen voor zijn dood was Kintanar nog een van de speciale gasten van de chef van de Nationale Politie, generaal Hermogenes Ebdane op de 12e verjaardag van het Regionale Politiebureau van de Nationale Hoofdstad (NCRPO), waar hij liep te keuvelen met de hoogste officieren van de politie (The Philippine Star, 24 January 2003, Ex-NPA Chieftain Slain). Nog een andere speciale gast liep daar rond, Arturo Tabara, de chef van de RPA bende, een beveiligingsdienst van grootgrondbezitter en Marcos kompaan Eduardo Cojuangco in West Negros.

In 2000 werd Kintanar, nadat hij veiligheidsadviseur was geworden van generaal Alexander Aguirre, de voormalige Nationale Veiligheidsadviseur van President Joseph Estrada, benoemd tot projectleider in een moordcomplot tegen Prof. Jose Maria Sison in Nederland. Hij viel daarbij onder generaal Panfilo Lacson, toentertijd hoofd van de Nationale Politie (Manila Times, 24 January 2003, Ex-NPA Chief Assassinated Inside QC Restaurant). Hij nam ook deel in observatie en andere ‘contra-opstand’ operaties door het Leger en de Politie tegen de CPP en het NPA.

Toen Kintanar stierf, had hij twee lijfwachten en droeg hij drie pistolen op zijn lijf: een .45 kaliber pistool, een HK machine pistool en Glock 9 mm pistool (Philippine Daily Inquirer, 6 February 2003, Kintanar Lost Rolex, Cash, 3 Guns, Golf Set). Als geheim agent van de GRP was hij altijd klaar voor een gevecht tegen de revolutionaire beweging.

Kintanar was ongetwijfeld een combattant. Hij was tot de tanden gewapend en gevaarlijk op het moment van zijn dood. Deze feiten zijn goed bekend in de Filippijnen, maar sommige groepen en personen in het buitenland zoals Pierre Rousset willen liever leugens rondstrooien dan de waarheid vertellen over wat er in de Filippijnen gebeurt, omdat zij de revolutionaire beweging in de Filippijnen in een slecht licht willen stellen.

6. MLPP/RHB

De MLPP/RHB is een gewapende groep die zich heeft afgescheiden van het NPA en actief is in bepaalde delen van Centraal Luzon. Zij hebben het NPA gewapenderhand aangevallen. De zogenaamde “moorden op ongewapende organisatoren van de MLPP/RHB” genoemd door Pierre Rousset zijn in feite het gevolg van gewapend treffen tussen de MLPP/RHB en het NPA.

7. RPM-M/RPA

De RPM-M/RPA is een kleine gewapende splintergroep die actief is in een klein gebied in Centraal Mindanao. Dit is net zo’n anticommunistische gewapende groep als de RPM-P/RPA en de MLPP/RHB. De Liga van Revolutionaire Communisten van Pierre Rousset onderhoudt wederzijdse contacten met deze gewapende groep.

8. Andere groepen

Voor wat betreft de andere groepen zoals Siglaya, Alab Katipunan, Bisig, BMP, IPD, Pandayan, Sanlakas, enz., daarmee voert de CPP een ideologische en politieke strijd, d.w.z., een strijd tussen ideeën. De CPP en de met haar verbonden organisaties gaan naar de mensen om hen uit te leggen welke gevaren er kleven aan reformisme en ‘links revolutionarisme’ zoals dat wordt gepredikt door een paar van deze groepen en dat daardoor de verdere voortgang van de strijd van het volk kan gehinderd worden of ontsporen.

Het schema van contrarevolutionaire en pseudo-progressieve organisaties en hun internationale connecties, gepubliceerd in het decembernummer van Ang Bayan, het officiele nieuwsorgaan van de CPP, maakt deel uit van de inspanningen om nadere uitleg te geven over het karakter van deze groepen aan de leden van de Partij, de met haar gelieerde organisaties en het volk van de Filippijnen.

Walden Bello maakte van dit schema een ‘dodenlijst’ van de CPP en begon daarmee als een bezetene de wereld rond te vliegen, waarbij hij overal gif spoot naar de CPP en volksorganisaties in de legale democratische beweging als communistische mantelorganisaties betitelde. Pierre Rousset was er als de kippen bij om er nog een eigen slinger aan te geven.

9. Een kort woord over trotskisten

Deze pseudo-revolutionairen, die nog nooit een echte revolutie hebben geleid, proberen de volksbeweging binnen te dringen aan de hand van de noden van het volk. In het slechtste geval krijgen zij, net als Trotsky zelf, geld van de imperialisten om zich te specialiseren in het penetreren van progressieve bewegingen en om communistische partijen aan te vallen. Zij zeggen dat ze Links zijn, maar in feite zijn ze Rechts.

Een goed voorbeeld van trotskistische contrarevolutionaire praktijk is, zich voor te doen als voorstanders van een brede beweging zoals ATTAC in Europa, maar het uiteindelijke doel van de trotskisten is de beweging te verengen en op het doodlopend spoor van reformisme en anticommunisme te brengen. Alleen al om de mensen te laten verdwalen, overdrijven zij de verwachtingen van de Tobintax, een belasting van 0,1–0,25% wereldwijd op de geldhandel, die door de staat geïnd moet worden en die bestemd is ter voorkoming van de opwarming van de aarde, ziekte en tegen armoede.

Zij gunnen ATTAC slechts een pietepeuterig stukje van de transacties van het financierskapitaal en laten de rest zoals het is. Werkelijk een prachtig voorstel om het geweten van de monopoliebourgeoisie te sussen en tegelijk de imperialistische plunder verteerbaar te maken voor de onderdrukte en uitgebuite werkers en volkeren van de wereld. Het voorstel is echter puur gebakken lucht omdat het volledig afhankelijk is van reformistische bedelarij waaraan de monopoliebourgeoisie gemakkelijk kan voorbijzien.

###

Fidel V. Agcaoili

Voorzitter van het Comit´voor de Mensenrechten

Website: http://home.wanadoo.nl/ndf
Email address: ndf@wanadoo.nl
Tel: 31-30-2310431 Fax : 31-30-2322989
Mailing address: Amsterdamsestraatweg 50, NL-3513 AG Utrecht, Netherlands